Skip Ribbon Commands Skip to main content

Ken Ishiwata

"Muziek is de hoogste vorm van kunst. Het is ook het meest nobele. Het is menselijke emotie, gevangen, gekristalliseerd, ingekapseld... En dan doorgegeven aan anderen." Door Ken Ishiwata.

 
...een gesprek over muziek met Ken Ishiwata
Verschenen op www.hifi.nl – november 2007

“Als consument mag je er vertrouwen in hebben dat de fabrikant van de spullen die je koopt alles in het werk stelt om een zo goed mogelijk produkt af te leveren tegen een zo gunstig mogelijke prijs. Dat geldt voor iets alledaags als vleeswaren of wattenstaafjes, maar in dezelfde mate ook voor luxere consumptiegoederen als auto’s en AV installaties. Voor mijn gevoel echter moeten fabrikanten van duurdere spullen hun inspanningen om waar te maken waar ze mee adverteren aanpassen de veel hogere prijs die je als eindgebruiker betaalt voor het produkt. Als een Mercedes de rijeigenschappen van een Fiat Panda zou hebben kan de fabrikant zich er niet vanaf maken met de woorden “maar hij rijdt toch?”. Hetzelfde geldt voor fabrikanten van geluids- en beeldapparatuur. Het simpele feit dat een apparaat functioneert is niet voldoende. Het ding moet voor de bezitter een bepaalde meerwaarde vertegenwoordigen. Gebruikersplezier is een persoonlijke factor die van grote invloed is op de manier waarop een merk zich in de markt weet te profileren.

Nu weet ik dat er in de AV branche door de meeste producenten echt veel onderzoek wordt gedaan. Een deel van dat onderzoek richt zich op kostenbesparing, daarover maak ik me geen illusie. Het feit dat een steeds groter deel van de produktie in lagelonenlanden zoals China plaatsvindt is hiervan een duidelijke indicatie. Maar zo lang de kwaliteit hierdoor niet in gevaar komt is daar niets mis mee. Een significant deel van het overige onderzoek richt zich echter op de daadwerkelijke verbetering van het produkt. Als je de ontwikkelingen sinds de jaren 50 – de geboorte van de “echte” hifi – eens op een rijtje zet is de conclusie onvermijdelijk dat we een aardig eind in de goede richting zijn opgeschoten.

Een kleine geschiedenisles

Eén van de fabrikanten die een pioniersfunctie heeft vervuld in de ontwikkeling van High Fidelity geluidsweergave en het onderzoek naar steeds betere weergave was Saul B. Marantz. Deze New Yorkse electrotechnicus en muziekliefhebber ontwikkelde in 1952 het eerste hifi apparaat aller tijden, de Model 1 buizenvoorversterker. Toen nog mono, maar al wel met een goede phonotrap voor de zojuist op de markt verschenen langspeelplaat. Vier jaar later was er de Model 2 (buizen)eindversterker, en in 1957 bouwde hij zijn eerste stereo voorversterker, de Model 7, omdat in dat jaar de eerste stereo langspeelplaten op de markt verschenen. In 1966 verhuist de productie van Marantz apparatuur naar Japan en in 1980 komt het bedrijf in handen van Philips. Rond die tijd komt Ken Ishiwata in dienst van Marantz Europe. Hij is een “man of many talents” want zijn CV vermeldt onder andere de beroepen geluidstechnicus, electronicus, modefotograaf en klassiek geschoold violist. Wat er niet op staat, maar wat wel van groot belang is, is dat Ken Ishiwata zijn eerste buizenversterker bouwde toen hij pas tien jaar oud was. Het mag dus duidelijk zijn dat hij weet waar hij mee bezig is als hij zijn kennis en ervaring toepast op de apparatuur van Marantz.

De Man en zijn Missie

Binnen Marantz Europe vervult Ken Ishiwata een groot aantal verschillende functies. Zo is hij mede verantwoordelijk voor de marketing en de toekomstvisie. Maar de meeste consumenten kennen hem toch vooral als de man die zorgt voor de constant hoge geluidskwaliteit van Marantz produkten in alle prijsklassen. Als bijvoorbeeld een CD speler zijn KI Signature draagt, dan weet men dat daarmee de hoogst haalbare geluidskwaliteit binnen de prijsklasse gegarandeerd is. Toen ik de uitnodiging kreeg om een gesprek te voeren met deze audiolegende hoefde ik niet lang na te denken om te accepteren. Mijn bezoek zou plaatsvinden in de luisterruimte van het hoofdkwartier van Marantz Europe in Eindhoven. In diverse publicaties had ik al zeer goede dingen over die ruimte gelezen, en vanuit mijn achtergrond als muziekliefhebber en geluidstechnicus was ik blij dat ik deze buitenkans in de schoot geworpen kreeg.

De kennismaking met Ken Ishiwata is allerhartelijkst. Hij is klein van stuk, spreekt zacht, en gaat stijlvol gekleed in een door hemzelf ontworpen jasje van ruwe zijde. Wat mij vooral opviel was dat hij een enorme vitaliteit uitstraalt. Je kunt gewoon zien dat hij een man is die met hart en ziel met zijn werk bezig is. We begeven ons naar de kelder van het gebouw, waar zich de speciaal ingerichte luisterruimte bevindt die Ken helpt bij zijn beoordeling van de componenten die hij onder handen neemt.

De Luisterruimte

Ik heb in mijn leven al heel wat luisterruimtes bij importeurs bezocht, maar deze is verreweg de mooiste en beste die ik ooit heb mogen bekijken en beluisteren. De kamer is vrij groot, pakweg 10 bij 7 meter, en er is zeer veel aandacht besteed aan de akoestische aanpassing van de ruimte. De zijwanden zijn gebogen, waardoor een ovale vorm ontstaat. De voor- en achterwand zijn recht, en voorzien van ingewikkelde houten diffusors die nog het meeste lijken op een letterbak met hokjes van verschillende diepte.

Tegen de gebogen zijwanden zijn verticale diffusors gebouwd, ook weer van hout, en die zijn zo geplaatst dat op de luisterplaats een optimaal geluidsbeeld ontstaat. Zelfs het systeemplafond is onder handen genomen zodat er geen ongewenste resonanties kunnen optreden. Er speelt nog geen muziek, dus ik ben in staat om de ruimte zelf te beluisteren. Wat ik meteen merkte is dat er beslist een levendige akoestiek heerst. Ken vertelt hierover: “Veel fabrikanten bouwen een te dode luisterruimte om hun spullen in te beluisteren. Puur voor het beoordelen van de klank van een apparaat is dat nog wel te verdedigen, maar in zo’n dode kamer kun je absoluut niets zeggen over de ruimtelijke weergave van je apparatuur. En dat is juist zo bepalend voor de kwaliteit van de totale weergave.”

De luisterruimte is ingericht door de Duitse akoestiekexpert Vier, die voor dit project zeer nauw heeft samengewerkt met Ken Ishiwata zelf. Het moest tenslotte een ruimte worden die aan zijn strenge eisen zou voldoen. De apparatuur waarnaar we gaan luisteren is boven elke discussie verheven. Als bronnen staan er de SA-7s1 SACD/CD speler, en een aangepaste versie van de Marantz TT15 platenspeler met extra zwaar plateau, die via Ken’s eigen Marantz PH22 phonotrap de SC-7s2 voorversterker aanstuurt. Twee machtige MA-9s2 monoblokken houden een paar Mordaunt Short Performance luidsprekers in een ijzeren greep; volledige controle is hier het credo. De bekabeling is van een mij onbekend Italiaanse merk. De plaatsing van de luidsprekers is opvallend. Ze staan vrij ver naar voren, en zijn zo gericht dat als je een loodrechte lijn vanaf de fronten van de beide speakers naar voren trekt, deze elkaar een meter of twee vóór de luisterpositie kruisen. Dit is volgens Ken een kwestie van uitproberen: “Lang niet iedere luidspreker is hier geschikt voor. Deze Mordaunt Short luidsprekers zijn vrij smal, en hebben daardoor een zeer brede afstraling. Door de speakers zo ver toe-in te plaatsen kun je een extra stukje invloed van de luisterruimte op het directe geluid uitschakelen. Op deze manier hoor ik het geluidsbeeld zoals ik het wil hebben.”

Muziek!

Het is tijd geworden om te luisteren. Ken ontpopt zich een enorme muziekliefhebber, die zich in zijn muzieksmaak door niets lijkt te laten beperken. Het is duidelijk dat hij niet blindelings kiest voor high-end opnames, en dat juich ik toe. Veel van die perfecte opnames klinken weliswaar geweldig, maar de muziek mist een ziel. Ken verstaat de kunst om juist onder de “gewone” opnames de parels van de kiezels te onderscheiden. Als eerste luisteren we naar Shostakovich. Een opname uit het Concertgebouw in Amsterdam, volgens Ken de beste concertzaal ter wereld om opnames in te maken, vanwege de geweldige akoestiek. Het geluidsbeeld dat zich voor mij ontvouwt is volledig driedimensionaal. Er is, behalve breedte en diepte, ook duidelijk hoogte waar te nemen. Iets dat ik pas een enkele keer eerder zo duidelijk heb kunnen vaststellen. De dynamiek is enorm, en het koperwerk spettert uit de luidsprekers. Ken draait op redelijk hoog volume, maar er is geen enkele compressie of vervorming aanwezig in het geluid, waardoor het toch zeer prettig is om naar te luisteren. Met mijn ogen dicht kan ik me goed voorstellen dat ik zelf bij de uitvoering aanwezig ben. Dat de akoestiek van de luisterruimte hierin een rol speelt is duidelijk, maar als de apparatuur het niet kan weergeven zul je het ook niet waarnemen.

Het zou te ver voeren om hier alle beluisterde muziek op te sommen, maar een aantal opmerkelijke stukken wil ik toch graag noemen. In 1979 nam Herb Alpert het album Rise op. Een plaat die ik tot nu toe vrij bewust links heb laten liggen, omdat ik niet zo gecharmeerd ben van de gladde disco-arrangementen waar de trompettist zich op die plaat van bedient. Er staan echter twee interessante tracks op, het titelnummer, en Rotation. Die laatste track schalt nu uit de luidsprekers. Buitengewoon synthetisch, vol artificiële galm en echo’s, dat is dus flink vloeken in de audiofiele kerk, maar wel superstrak opgenomen. De installatie is volledig afwezig in de weergave. Daarmee bedoel ik dat ik, ondanks dat ik er even moeite voor doe, niet kan pinpointen waar de luidsprekers staan. Bovendien klinkt het zo lekker dat ik al snel met het voetje meetikkend zit te genieten.

Ken laat ook een eigen opname horen. Een a-capella versie van I’ll be there van Michael Jackson. Een op arbeidsvitaminen volledig doodgedraaide evergreen, die in deze uitvoering echter opnieuw voor kippenvel zorgt. De individuele stemmen zijn stuk voor stuk aan te wijzen, en de klank is zeer natuurlijk. Hierna nog een stukje a-capella, en misschien wel de grootste verrassing van de ochtend. In 1996 nam het damesgroepje The Braids een R&B versie op van Queens Bohemian Rhapsody. Ik ken de uiteindelijke versie, en die heeft me nooit zo kunnen bekoren. Maar hier hoor ik alleen de vocal-track, en die is van een buitengewone schoonheid. Hoet Ken deze opname heeft kunnen bemachtigen laat ik wijselijk even in het midden, maar ik moet zeggen dat ik de vocale kwaliteiten van deze dames opeens een stuk hoger inschat. Zelf heb ik de CD Ball & Biscuit meegenomen van de groep Caixa. Dit is een project van twee leden van het London Symphony Orchestra, die hun eigen - jazzy - muziek in verbluffende geluidskwaliteit hebben opgenomen. Weer is daar die enorme ruimtelijkheid en dat extreme realisme, waarin letterlijk alle microdetails hoorbaar zijn. Het laag is werkelijk putdiep, en volledig onder controle.

De Man en zijn Missie

Na afloop van de luistersessie praat ik nog even na met Ken over zijn rol als “klankschilder” bij Marantz. Ik vraag hem of zijn bemoeienis met de klank van Marantz apparatuur een noodzakelijk gegeven is, omdat de afstemming van Japanse componenten eigenlijk wat minder geschikt is voor onze westerse oren. Hij vertelt: "De Japanse cultuur bepaalt in hoge mate hoe er daar naar muziek wordt geluisterd. Woningen in Japan zijn klein en vrij vol, en daar ontstaat en erg direct geluidsbeeld door. Zo is men het dus gewend. Het traditionele instrumentarium heeft bovendien een beperkt frequentiebereik van slechts een oktaaf of vier, en de geluiden zijn van nature nogal schel. Instrumenten als Koto en Shamishen zijn erg fel in hun attack, en Japanse apparatuur is daarop aangepast. Dat is echter in de loop der tijd een beetje doorgeschoten, en is een nogal fris afgestemd geluidsbeeld ontstaan met supersnelle stijgtijden. Westerse muziek is veel breder van frequentiebereik, en tegelijkertijd veel warmer van klank. En dat gaat een beetje verloren met de “Japanse” afstemming."

Hij zit met veel enthousiasme te vertellen, en zijn betoog is begrijpelijk en logisch. “Deze luisterruimte stelt mij in staat om zeer nauwkeurig te bepalen op welke vlakken een aanpassing in het geluid nodig is. Hier kan ik er voor zorgen dat een ander essentieel maar vaak vergeten onderdeel van het geluid optimaal is, namelijk Balans In Snelheid. Daarmee bedoel ik dat lagere frequenties de neiging hebben om “achter te lopen” in het geluidsbeeld. Als dat het geval is krijg je nooit een natuurlijke klank. Ik slaag er in om in alle Marantz apparatuur een goede balans te realiseren. De prijsklasse van de apparatuur bepaalt vervolgens hoe ver ik daar in kan gaan. In de duurste klasse is het nivo van de balans het hoogst, omdat ik daar eigenlijk niet meer op het kostenplaatje hoef te letten. Maar ook in de goedkoopste klasse is die balans aanwezig. Dat is volgens mij de reden dat Marantz apparatuur al jaren keer op keer goede recensies krijgt.“

Ik had nog wel uren met hem kunnen doorbomen over muziek en geluidsapparatuur. Deze briljante maar bescheiden man had mij ongetwijfeld nog veel kunnen vertellen, maar de plicht roept ons beiden, dus nemen we met een warme handdruk afscheid. Terwijl ik naar huis rijdt bekruipt mij langzaam het gevoel dat ik iets bijzonders heb meegemaakt. Ik ben in het creatieve hart van Marantz doorgedrongen, en ik begrijp uiteindelijk precies wat Ken bedoelt met de jaren geleden door hem bedachte slogan “Because Music Matters”. Dat is geen holle frase die slechts een marketingdoel dient, maar een vertaling van zijn levensfilosofie...